The voice ‘life’ in the park.

 

Afrikaanse vrouw

Het centrum van Runkst is de laatste jaren uitgegroeid tot een mengelmoes van diverse bevolkingsgroepen uit Europa, Azië, Afrika ea. Het St Hubertuspleintje is het mekka voor de beleving in een roes van al deze verschillende volkeren, hun levenswijze en de typische winkeltjes die onze supermarkten langzaam verdringen.

Op zonnige dagen waant de Runkstenaar zich soms in het buitenland en is op reis gaan niet meer nodig. Toevallig passeer ik daar al jaren met mijn hond tijdens mijn wandelingen en is er wel altijd iets te beleven.

Gisteren viel mijn oog op een prachtige dame met  Zuid Afrikaanse roots. Door haar outfit leek ze werkelijk door een teletijdmachine naar hier geflitst te zijn.

Ze praatte hardop in het Nederlands met vele accenten, ook wel Cape Dutch genoemd.

Het Afrikaans heeft zijn wortels in het Nederlands, invloeden uit het Engels, Maleis, Duits, Portugees, Frans en een paar Afrikaanse talen, en heette als taal oorspronkelijk ‘Cape Dutch’. (Bron Wikipedia)

Eerst dacht ik dat ze praatte in haar gsm en onbewust ga je dan meeluisteren.

“Als jij denkt dat ik hier op deze banken ga zitten. Nee hoor, die zijn zo vuil”, riep ze heel hard zodat heel het pleintje wakker schoot.

De banken op het pleintje waren inderdaad smerig en hingen vol met duivenpoep en nodigden dus niet echt uit voor een rustpuntje.

Ondertussen hadden mijn hond en ik wel een redelijk zuivere bank gevonden en luisterden verder naar de goedlachse vrouw die zich nu heupwiegend naar een winkel aan de overkant van het pleintje begaf. Hoe ik dat wist? Ze vertelde het luidkeels en nu zag ik pas dat ze niet aan het telefoneren was, maar alles hardop vertelde, tegen wie het wilde horen.

Even verdween ze uit mijn zicht een winkel binnen, maar lang duurde de stilte niet, ze kwam al zingend terug. Het was een mooie Engelse tekst, maar het liedje kende ik niet.

Ze zong het luidkeels en feilloos, terwijl mijn hond begon te grommen.

De vrouw hoorde dat en stopte even met zingen, lachte en zei:” Maar hondje ik weet dat ik niet goed kan zingen, maar ik ben goed gezind en ik zing verder”.

Ik knikte dat het goed was en met vaste tred liep ze zingend over het pleintje tot ze uit ons zicht verdween en een overdonderende stilte achter zich liet.

Dat zijn nu toch mooie dingen die je bijblijven op de dagelijkse wandelingen.

Mijn hond en ik liepen ook terug naar huis, lachend en binnensmonds mompelend en zingend:

 

My Sarie Marais is so ver van my hart

Maar’k hoop om haar weer te sien

Sy het in die wyk van die Mooirivier gewoon

Nog voor die oorlog begin

O bring my t’rug na die ou Transvaal

Daar waar my Sarie woon

Daar onder die meilies

By die groen doringboom

Daar woon my Sarie Marais

………….

 

Advertenties

Een diep kloof tussen West Vlaanderen en ‘De Limburg’?

 

Limburgers

 

Het was een uitzonderlijk mooie zonnige dag met heerlijke terrastemperaturen en onder vrienden reden wij goedgeluimd naar Breendonk om uiteindelijk ons duvels gerstenat van het vat te gaan proeven.

Het was een komen en gaan van mensen, die natuurlijk juist vandaag hun zelf ontworpen glazen kwamen afhalen. Het was een mierenhoop, een zee van mensen. Op het terras zat het propvol mensen met een grote glimlach en hun trotse glazen in de hand.

Wij lieten ons daardoor niet van ons stuk brengen en schoven aan in een lange file tot aan de toog, waar lastige gepensioneerde bedieners nog niet van vriendelijkheid hadden gehoord en alzo de klanten met grof geschut behandelden.

Na een paar minuten hadden wij uiteindelijk het vocht in onze handen, het vocht waarvoor wij gekomen waren.

Goesting is koop natuurlijk, maar wij waren niet helemaal overtuigd van het drankje dat vers van de tap kwam. En omdat wij niet op één been konden blijven staan sloten wij opnieuw aan in de file van dorstige mensen, op weg naar de toog in de verte.

De sfeer was goed tot een man achter ons gehoord had dat wij van Limburg waren. “Zeg hoe lang hebben jullie gereden vanuit ‘De Limburg’ tot hier” Begon de West Vlaming. Ik zei dat wij deze morgen heel vroeg vertrokken waren met paard en kar. Dat was lachen, maar hij bleef maar inhameren op “De Limburgers”  die zo langzaam spraken en aan het einde van de wereld woonden. De moppen die hij vertelde, al schampende over zijn vrouw, begonnen ons te vervelen, maar toch bleven wij lachen omdat wij happy waren.

Ondertussen hadden onze vrouwen een plaatsje kunnen veroveren op het zonnig terras en je mag eens raden wij er naast ons zat. Juist de “Guga Baul van West Vlaanderen”.

Het ergste was, dat hij van Middelkerke afkomstig was, een fijne kuststad waar ik bijna jaarlijks ging onthaasten. Nu ga er toch nog eens stevig over nadenken.

Nog één keer trotseerden wij de rij voor een paar drankjes en kwamen tot de conclusie dat het bier uit het flesje toch meer onze dada was.

Wij namen afscheid van ons internationaal gezelschap uit “De Vlaanders” en ik deed juist alsof ik teugels in mijn handen had en huppelde verder als een paard.

Wij Limburgers kunnen tegen een stootje, maar het moet plezant blijven en ik haat het als ze zeggen dat wij van ‘De Limburg’ komen.

Als echte trouwe bewoners uit het Bronsgroen eikenhout, waar het nachtegaaltje zingt, reden wij met opgeheven hoofd de Provincie Antwerpen uit en zagen met plezier de verwelkoming tegemoet: “De Limburgers heten u welkom” . Verdomme, dus toch…….

Verkooptechnieken.

 

verzekering

 

Jullie konden een tijdje geleden al lezen hoe mijn smartphone te water was gegaan, tegen mijn zin in, waarna hij verzopen de geest gaf.

En plots zit je zonder levensdraad, je bent onbereikbaar, je kan niets plannen want je agenda is weg, enfin je zit op een onbewoond eiland.

De oplossing was natuurlijk nabij en de volgende dag reden wij naar een speciaalzaak van Elektro en Multimedia voor de aankoop van een nieuwe digitale levenspartner.

Ik werd op al mijn wenken bediend door een vriendelijke en wel opgeleide verkoper, die van alles op de hoogte was. Hij handelde alles zo snel af dat ik hem meerdere keren moest onderbreken om de uitleg nog eens te herhalen.

En samen met de smartphone bestelde ik ook een passend hoesje dat nog nageleverd werd. Maar bij de controle van mijn digitale factuur sloop er een addertje onder het gras.

Ik kreeg namelijk een gratis verzekering van één maand op mijn smartphone voor breuk, diefstal, verlies en oxidatie. Tegen het einde van de maand moest ik dan gewoon een telefoonnummer bellen en het contract zou dan verbroken worden. Ik zei tegen de verkoper: “Tegen die tijd is iedereen dat toch vergeten en heb je voor een onbepaalde tijd die verzekering, “willes nilles”, aan je broek.

‘Ja, dat is zo’, lachte de verkoper, ‘het mag en staat zo in de wetgeving’.

Nog die zelfde dag kreeg ik alles digitaal doorgestuurd in een mail en toen begon er bij mij iets te knagen en dat stopte niet meer.

Ik moest er zonder veel kleerscheuren zien vanaf te geraken voor de versheidsdatum verstreken was.

Dus stuurde ik een mailtje met de duidelijke vermelding om het contract tegen het einde van de maand te verbreken en mij daarvan op de hoogte te stellen.

Vandaag stond er in de voicemail van mijn smartphone een ingesproken berichtje dat ik naar de verzekeringsmakelaar moest bellen.

Ik dacht, ze willen weten waarom ik die verzekering niet wil en misschien willen ze mij dat contract  toch aansmeren.

Dus raapte ik al mijn moed bijeen en goed voorbereid belde ik het vermelde telefoonnummer. Na wat toetsenspel kwam ik via een muziekje bij een Nederlandstalige consulent terecht.

Ik gaf hem niet de tijd niet om iets te kunnen zeggen en ik spuwde vriendelijk mijn wensen in de hoorn.

Plots zei de man heel vriendelijk: “ Ik heb uw contract hier voor mij liggen. Het opzeggen moet altijd telefonisch of aangetekend gebeuren. Binnen de achtenveertig uur ontvang je een mailtje met de vermelding van de opzegging. Nog een fijne dag Mr. Reyskens en fijn dat u heeft gebruik gemaakt van onze diensten”.

En daar zat ik verbaasd en hijgend op mijn stoel. Je zou voor minder terugbellen om het contract toch te verlengen, dacht ik.

Maar goed, het kwelgeestje in mij is terug rustig en ik kan verder met mijn digitaal leven zonder verdere verplichtingen.

Er waait een frisse wind door de slaapkamer.

airco-installeren-640

 

Veel mensen hebben na de hete zomer van verleden jaar en de vele berichten van de opwarming van onze aarde beslist om airco te laten installeren. De zomers gingen nog warmer worden en daar konden zelfs de klimaatmarsen van spijbelende kinderen niets aan doen.

Met de natuur valt niet te sollen en ze heeft altijd en overal iets in petto, maar vooral de overhand.

Drie maanden geleden hoorde ik ook bij het groepje oververhitte mensen die op het laatste nippertje ook besloten om een vaste koelunit te laten installeren.

Maar mijn enthousiasme werd dadelijk teruggefloten. De wachttijd zou drie maanden bedragen, want de installatiefirma’s zaten volledig volgeboekt.

Ik was vrij om een andere firma te kiezen, maar overal hoorde ik hetzelfde liedje, agenda’s volzet en lange wachttijden. Dus bleef ik bij mijn eerste keuze en deze morgen, zoals afgesproken, heel vroeg, stond de technieker voor mijn deur.

Gelukkig had ik nog een mobiel toestel achter de hand, dat al jaren dienst deed als welgekomen verfrissing tijdens de vorige hete nachten. Alleen het ratelende geluid van de mobiele airco moesten wij er gratis bijnemen.

Nu is de maand augustus niet echt een zomermaand te noemen met haar schril contrast van de vorige maand Juli, de warmste maand ooit met gemiddelde temperaturen die 1,2° C boven de referentiewaarde lag.

Augustus bleef tot op heden redelijk vochtig met af en toe zon, plaatselijke regenbuien, een plaatselijk onweer en lage temperaturen voor de tijd van het jaar.

Terwijl ik dit tekstje schrijf hoor ik op de bovenverdieping de bulderende boormachine die installatie van mijn airco inleid.

Het geeft een goed gevoel te weten dat ik straks met één druk op de afstandsbedieningsknop verfijnde frisse lucht kan inademen, als plots de temperaturen weer de hoogte inschieten.

En geen vallende ster kan mijn nachtrust dan nog verstoren.

Ik voelde nattigheid.

ketel

 

 

Er zijn zo van die zaken die je vergeet als alles goed loopt. Maar toch kwam ik bij opzoekwerk een mailtje tegen dat ik al enig tijd uit het oog verloren had.

Het is nu twee jaar en half geleden dat wij onze verwarming hebben gemoderniseerd. Destijds had ik een onderhoudscontract afgesloten dat na twee jaar automatisch in werking zou treden.

Maar tot op heden heb ik gelukkig geen pannes of stukken gehad in verband met mijn verwarming en warm water.

Maar toch wou ik even controleren hoe het met mijn onderhoudscontract zat.

Tot op heden had ik nog geen euro moeten betalen, dus dacht ik, dat zit mee.

Om te weten te komen wanneer mijn onderhoudsplan in werking zou treden en wat dat financieel inhield, stuurde ik een beleefd mailtje naar de desbetreffende firma die onze toestellen had geplaatst.

Nog sneller dan dat mijn mail vertrok kreeg ik al een bericht binnen van ‘Mail Delivery Systeem’, ‘Undelivered mail returned to sender’. Alleen was het niet Elvis Presley die het zong.

Ik was nog niet volledig uit mijn lood geslagen en stuurde nog twee mails naar andere mailadressen van de firma, maar ook deze kwamen nooit aan.

Goed dat het internet er nog is, en zo ging ik op zoek naar berichten in de pers die misschien over het hoofd had gezien.

Maar de waarheid was erg, heel erg. De firma had al van in oktober 2017 de boeken neergelegd. Niemand vond het nodig om het cliënteel in te lichten. Daarom was het stil aan de overkant, en dat verwonderde mij niet echt.

Tijdens het installeren van onze verwarming had een van de technici zich al laten ontvallen dat papierwerk niet de grootste verdienste van de firma was.

Maar ja, iedereen praat wel eens uit de biecht, dacht ik.

Nu is het tijdens de zomer ‘het’ moment en aan te raden om toch zeker een nazicht te laten doen van de verwarmingsketel en aanverwanten.

Via het internet ben ik dan op zoek gegaan naar een andere onderhoudsmonteur die op de hoogte was van hetzelfde merk van de ketel.

Ik denk dat ik snel contact moet opnemen, want er geldt tegenwoordig een wachttijd tussen een maand en drie maanden.

En als ik goed kan tellen zitten wij dan in de winter, volgens de kalender en misschien in een ander seizoen vanwege de klimaatopwarming.

Je zou het voor minder warm krijgen en toch liep er een koude rilling over mijn rug toen ik besefte dat er iets niet klopte.

 

 

 

 

 

Een ‘fata morgana’ om de hoek.

De-Gazet-old-grey

 

De laatste dagen heb ik iets raars aan de lijve ondervonden.

Na veel opzoekwerk op het internet denk ik dat ik de juiste beschrijving gevonden heb. Wat nog uitzonderlijker is, is dat mijn hond er ook aan lijdt.

Dat vraagt natuurlijk om wat uitleg en die komt eraan.

Ik denk dus dat mijn hond en ik lijden aan ‘Agorafobie’ , dat is angst om de veilige, vertrouwde omgeving te verlaten.

Pleinvrees of straatvrees zijn het gevolg: Dit betekent dat je bang bent voor open ruimtes waar zich vaak veel mensen verzamelen.

Agorafobie gaat meestal gepaard met een paniekstoornis. Hierbij worden plekken of situaties in verband gebracht met angst, waardoor steeds meer dingen buiten het huis worden vermeden.

Het lichaam bereidt zich voor op grote inspanningen, namelijk vechten of vluchten.

Deze morgen heb ik dus pas ontdekt dat ik één of meerdere symptomen vertoon. Ik wandelde samen met mijn hond de hoek om en ik zag in de verte twee vrouwen praten. Een van die vrouwen leek als twee druppels water op ‘De Gazet’.

Ik neuriede het liedje: “Vluchten kan niet meer…(Frans Halsema/Jenny Arean).

Ondertussen onderging mijn lichaam een metamorfose met volgende dieptepunten: Overmatig zweten, hartkloppingen, trillen over mijn hele lichaam, grote spanningen, zenuwachtig gevoel, angst voor een paniekaanval en duizeligheid.

En toch dicteerde een stemmetje in mijn hoofd mij om verder te wandelen in de richting van het onheil.

Wat vooraf ging ben ik jullie nog schuldig. De laatste weken kon ik niet via de voordeur of achterpoortje naar buiten komen of “De Gazet” kwam toevallig mijn rustig leven verstoren met haar laatste roddels. Er was telkens geen ontsnappen aan.

Terug naar het gebeuren van deze morgen. Ik wandelde verder en zag dat het niet “De Gazet” was die stond te praten, maar een andere totaal vreemde vrouw.

Ik wou een vreugdekreet slaken maar besloot rustig en glimlachend verder te wandelen. In één klik functioneerde mijn lichaam terug normaal.

Ik hoor jullie al vragen: “Hoe zit dat dan met uw hond?”

Wel, mijn hond trekt mij halverwege de wandeling een weide op waar ze haar behoefte doet.

Als baasje het goedje heeft opgeruimd keert ze zich om en wil ze terug naar huis. Ook in de namiddag wil ze niet meer naar het pleintje en trekt mij links de straat over richting de witte wijk, Heilig Kruis.

Nu heb ik zelf een gerucht gehoord, dat ‘De Gazet’ voorgoed naar warme oorden zou vertrekken.

Als dat waar is wil ik het afscheidsfeestje organiseren, maar ik moet oppassen dat ik dan mijn “feestdrang” onder controle kan houden.

Een afknappertje aan het kanaal.

 

nat

 

Normaal gezien had ik dit verhaaltje nooit geschreven, maar veel vrienden en vriendinnen hebben zich bijna een breuk gelachen en mij uitgedaagd om deze pijnlijke gebeurtenis toch met iedereen te delen.

We hadden een heerlijke Griekse maaltijd achter de kiezen en het was nog veel te vroeg om huiswaarts te keren. Samen met onze vrienden besloten wij nog iets te gaan drinken op een heerlijke en zalige locatie aan het kanaal.

In de zomer rijzen deze exotische ‘beachbars’ als paddenstoelen uit grond en lokken menige Hasselaar en toevallige passanten  op hun terras.

En geloof mij, het was een heerlijk afzakkertje met de nodige gekoelde bieren en wijnen. Ze moesten ons spreekwoordelijk naar buiten borstelen met het vuil.

Het was een prachtige afsluiter geweest van een heerlijke zomerdag, maar het onheil kwam dichterbij.

Er waren goed onderhouden sanitaire voorzieningen aanwezig naast de bar, maar ik besloot mijn vloeibare behoefte wel even in het bosje naast de afgebakende strandbar te doen, iets verder dan waar onze wagens geparkeerd stonden.

Ik begaf mij heel gemotiveerd tussen de hoge struiken in het pikkedonker, de eindeloze diepte in om niemand te ‘shockeren’ met mijn illegale handeling.

En daar liep het goed fout, in de duisternis stapte ik in het niets, de dieperik in en viel tegen de grond. Daar lag ik in zachte modder, doornat en vloekend door deze onverwachte val. Het was een diepe gracht gevormd door betonnen elementen, dat voelde ik maar zag niets.

Een mens wil nu eenmaal overleven en binnen een paar seconden stond ik terug recht om uit de gracht te kruipen. Mijn sandalen, short, t shirt en lichaam waren besmeurd met modder. Op eigen kracht was het niet mogelijk om zelf weer de normale wereld in te kruipen.

Mijn gezelschap had ondertussen ook mijn verdwijning vastgesteld en kwamen ter hulp gesneld. Ze deden het bijna in hun broek van het lachen, maar vonden mij uiteindelijk, druipend als een atleet na een moddergevecht.

Mijn vriend trok mij op het droge, netelige parcour dat ook nog eens bezaaid was met prikkende struiken braambessen (voor de Hesselieëre ‘broembeere’).

Eens op de begane weg kon de schade opgemeten worden. Iedereen proestte het uit van het lachen behalve ik, want ik begon overal pijn te voelen.

Mijn armen een benen stonden vol met krassen waaruit verdund bloed sijpelde. Mijn smartphone was nat en ik wist dat snel afdrogen de boodschap was, tevergeefs.

Aan mijn rechterpink mistte ik ook een ring, een souvenirtje van mijn vrouw van de laatste reis naar Griekenland.

Aan de auto ontdeed ik mij van de natte kledij en kroop in een deken, alleen gekleed in mijn onderbroek, op de passagierszetel.

Toen iedereen uitgelachen was konden wij naar huis vertrekken, waar ik nog een douche nam en de wondjes in kaart kon brengen.

Pas dan besefte ik hoeveel geluk ik wel gehad had. Ik kon ook met mijn hoofd op de betonnen zijkant gevallen zijn en dan waren de gevolgen veel erger.

Mijn lichaam zit nog vol schrammen en pikken van de braambessen, maar het ergste leed is geleden.

Ik heb besloten om het verhaal toch neer te schrijven om iedereen, die ook het onnozele idee heeft om in het bos te gaan plassen, bij deze verwittigd is.

Nu kan ik erom lachen, maar de volgende keer ga ik zoals iedereen naar de sanitaire voorziening.

De valpartij heeft mij een nieuwe smartphone gekost en mijn ring is waarschijnlijk meegesleurd in de modderstroom…..naar andere wateren.

Gelukkig vertrek ik binnenkort weer naar Griekenland.

Het begin van een ongewone uitzonderlijke zomerdag.

 

IMG_20190724_175950

 

 

Deze morgen was ik al vroeg op pad. Ik had in de vroege morgen al een afspraak met mijn kinesiste. Zij ontving mij, zoals altijd met een grote glimlach. Vandaag lachte ze nog meer tanden bloot, want het was haar laatste werkdag. Daarna legt zij haar zachte handjes even tot rust aan het zwembad ergens in een rustig en kleurrijk dorpje in de Provence.

Na het beëindigen van mijn voorlopige laatste behandeling reed ik rustig terug naar huis.

Overal zag ik vroege vogels, bestaande uit gepensioneerden en vakantiegangers zich te voet of met de elektrische fiets haasten naar de voedingszaken voor hun dagelijkse aankoop, “brood en spelen”.

Je zag ze gewoon denken, nu nog snel even winkelen voor de grote ongeziene hitte het land in haar macht neemt. En reclame was er genoeg gemaakt in de media, over wat te doen en welke voorzorgen je diende te nemen.

De laatste dagen werden we met deze berichten overspoeld op radio, televisie en kranten, terwijl er een sproeiverbod in de maak was.

Het is natuurlijk een zeldzaam fenomeen, waar niemand kan aan ontsnappen.

Maar…er zijn ook nog een groep mensen die ook deze hitte moeten trotseren om hun dagtaak in ons voordeel tot een goed einde moeten brengen. Ik bedoel hier dan alle sectoren die ons leven gemakkelijker maken. Veel sterkte en veel koele drankjes gewenst aan deze heldhaftige massa.

Het extreme weer heeft ook zo haar negatieve invloed op de mensen in het verkeer. Overal zie je bedrukte gezichten achter het stuur en ze rijden bijna in je gat om toch maar sneller op hun bestemming aan te komen. Bij mij vangen ze bot, want vandaag had ik zo’n dag waarop ik de beslissing had genomen om mij aan de opgelegde snelheden te houden.

Ik had rustig mijn wagen in de schaduw geparkeerd en mijn hond stond mij al op te wachten. Zij begrijpt echter niet waarom ze nu maar één wandeling mag maken in de plaats van drie. Ik heb het al drie keer met handen en voeten proberen uit te leggen, maar dat maakte geen indruk op haar.

Vijf minuten later wandelden wij op ons gemak aan de schaduwkanten van de straten naar het pleintje. Ze had er de grootste lol in want haar ogen schitterden, de mijne ook eerlijk gezegd.

Om nog wat verse zuurstof op te zuigen in onze longen namen wij plaats op een bank in de onder de puffende bomen.

De rust was van korte duur, want ik hoorde iemand luid claxonneren achter mij, gevolgd door een luide schreeuwende mannenstem: “Wat is ’t  jong, denkt gij dat ik u niet heb gezien of wat?”

Ik draaide mij om en zag een auto die de parking wou afrijden terwijl een andere op de weg zijn uitrijden blokkeerde.

“Kom jong, wat is het, stap maar eens uit”. Op het moment dat de bestuurder van het eerste voertuig wou uitstappen, hief de andere chauffeur de blokkade op en reed verder. Ik kon nog juist zien dat ze over het kruispunt reden, en de ene in de andere in zijn gat probeerde te rijden.

Ik stond op, keek naar een reclamebord op de gevel, dat 30°C aangaf.

Het was pas 09u30 en het ergste moest nog komen, het breken van de hoogste temperatuur ooit gemeten. Ik denk dat ik voor de rest van de dag lekker binnen blijf en ga genieten van mijn mobiele airco.

Een bloederig tafereel.

 

 

Sinds een maand moet ik sterke bloedverdunners slikken om bloedklonters in mijn gespierd lijf tegen te gaan. Dit heeft ook zo zijn nadelen.

Ten eerste moet je een toelating hebben van je ziekenfonds voor deze zware medicatie en geloof mij, je moet twee weken wachten op antwoord.

Ten tweede kunnen er tal van bijwerkingen optreden zoals duizeligheid of bloedingen aan de tanden enz., enz.

Ten derde kunnen wondjes grote gevolgen hebben en dat mocht ik aan de lijve ondervinden.

Vol energie en ijver waren wij begonnen aan de renovatie van de hal en trap naar de eerste verdieping. De voorbereidende werken waren, opruimen en verslepen van allerlei attributen, meubilair en ……rommel die zich al jaren lang opstapelde. Na een tijdje versleep je probleem wegens plaatsgebrek en loop je soms ergens tegen. Zo verwondde ik eerst mijn arm en daarna mijn bovenbeen.

Zelfs met een verzachtende sticker erop bleef de wonde gezellig even verder bloeden.

“Een ezel stoot zich geen twee keer…..”, “….en driemaal is scheepsrecht”, zijn gevleugelde gezegden. Het derde bloedbad kwam geheel onverwacht, voor iedereen.

Mijn vriend en ik hadden nog een lekker duivels biertje gedronken op het zonnig terras, na de zware dagtaak en tevreden terugblik.

Ik nam afscheid van mijn vriend en sterke hulpkracht, hij wou net vertrekken met de fiets toen ik met een verkeerd manoeuvre een onnozel plankje tegen mijn scheenbeen kreeg.

Ik vloekte omdat het de zoveelste keer was dat er iets omviel. Maar toen kreeg ik iets in de gaten, er spoot een vloeistof voor mij uit, waarvan ik eerst dacht: “allee, vanwaar komt die olie nu”.

Maar het was geen olie, het was mijn eigen bloed dat uit een minuscule wonde spoot. De scherpe hoek van de houten plaat had één van de bovenliggende aders geraakt en in een mum van tijd droop mijn lichaamsvocht over mijn heel onderbeen.

Ik wist dat je zulke wonden moet afsluiten en drukte met mijn duim op het wondje en ik riep mijn vrouw om een handdoek.

Zij bond met een andere handdoek mijn bovenbeen af en het bloeden verminderde. Het is ongelooflijk hoe snel je een grote hoeveelheid bloed kwijt bent. Bijna had mijn vriend mij naar spoed gebracht, maar dat weigerde ik, omdat het bloeden toch maar overal sporen achterliet.

Na een tijdje stopte langzaam het bloeden en werd de handdoek iets gelost om mijn bloed opnieuw door de andere aders te laten lopen.

Eureka, het bloeden stopte helemaal en er werd een grote sticker op de plaats des onheil gekleefd.

Nu waren mijn vriend en vrouw in de omgeving om te helpen, maar je mag er niet aan denken wat er gebeurde als ik alleen was geweest.

Vandaag moest ik toevallig naar de Cardioloog, die mij een doekje gaf tegen het bloeden. Namelijk een boekje met de nodige info wat je moet doen bij ernstig bloeding bij het nemen van bloedverdunners.

Zelf was ik natuurlijk ook geschrokken en probeerde daarom zo voorzichtig mogelijk verder te werken.

Om mijn toekomst te verzekeren heb ik een goede vriend die ik het werk laat doen, zo kan ik niets verkeerd doen.

Grapje natuurlijk, maar het is fijn een goede vriend en een lieve vrouw in huis te hebben in noodgevallen.

In nood leer je je vrienden kennen.

“De canaille” toonde geen greintje sympathie.

 

man met hond

 

Er was grote bedrijvigheid op en rond het pleintje. Allerhande firma’s waren druk bezig met het leggen van leidingen voor water, stroom en dies meer, waardoor er overal bergen zand lagen en grote gaten tussen de stoepen gaapten.

Mijn hond en ik bewogen ons voorzichtig door de “Heuveltjes van Erika” en trachten zo het centrum van het pleintje zonder kleerscheuren te bereiken.

Op een bank in de hondenloopweide zat een oude man met zijn al even oude hond. Terwijl de man leunde op zijn houten wandelstok, slenterde de hond op haar dooie gemak, van hoek naar hoek.

Ik besloot om dit duo niet op te jagen en gewoon even rond het park te wandelen. Ik zocht een bank uit in de schaduw onder een boom waar wij in alle rust alle gebeurtenissen konden observeren rond het pleintje.

Maar de rust duurde niet lang, want plots verscheen uit het niets een rode bestelwagen met een keffende hond aan het open raam.

“De Canaille” had haar streken nog lang niet verleerd, want na het parkeren van haar wagen, liep ze recht op haar doel af, de oude man.

Toevallig zat ik dichtbij, zodat ik het gesprek goed kon volgen, maar ik verwachte heibel.

Ze wandelde langs de hondenweide waardoor beide honden luidkeels blaften.

“Moet dat nu”, hoorde ik de oude man zeggen, “wandel eens verder”.

“Moet gij hier nog lang zijn” vroeg ‘De Canaille’ op haar beurt, op een bazige toon aan de man, die verdwaasd opkeek. Ze moest haar vraag tot drie keer herhalen omdat de man niet zo goed meer hoorde. Toen de man eindelijk de vraag begrepen had antwoordde hij: “Ah nee hè, zo werkt dat niet madame”, en hij liet verstaan dat hij nog niet van plan was om op te staan.

“Pas maar op”, zei ‘de Canaille’, in al haar furie, “gij kent mij nog niet”. Ik kende haar wel, maar zweeg in alle talen.

“Ik blijf hier wachten op deze bank, tot gij weg zijt”, zei de misnoegde vrouw.

Ondertussen bleef haar hond blaffen en uitdagen en van ongenoegen is de man het dan toch maar afgestapt met een boze duidelijke blik naar ‘de Canaille’.

Het vervolg van het verhaal kon ik al voorspellen, ze liet haar hond los op de hondenweide en ging op haar dooie gemak boodschappen doen.

Gelukkig had mijn hond geen zin om de neutrale oorlogszone te betreden en liepen wij zonder veel woorden te wisselen het pleintje af.

Je hebt mensen die in hun eigen duistere zone leven en geen rekening houden met hun medemensen.

Ze volharden iedere dag in hun boosheid.