Scan van mijn botten.

 

 IMG_20181017_121249

 

De zon had haar weg nog niet gevonden tussen de hoge gebouwen van de binnenstad, en ik reed door de andere mensenmassa die naar school of werk fietste, naar mijn consultatie in het ziekenhuis. Zoals altijd was ik drie kwartier te vroeg aan de digitale inschrijfbalie.

Ik moest er na een paar onderzoeken een scan ondergaan vanwege hevige aanhoudende pijn in mijn linker heup.

Op het uitgeprinte papiertje stond het loketnummer waar ik mij ook nog diende in te schrijven. Ik had nog niet de tijd om mijn paspoort weg te steken of plaats te nemen in de wachtzaal of mijn afspraaknummer, 059, verscheen al op het groot scherm van de lege wachtzaal.

Een vriendelijke hostess schreef mij in, stelde een paar vragen en verwees mij, samen met mijn “Supra zegeltjes” door naar wachtzaal 901 in de kelder van het ziekenhuis.

Het was een hele weg wandelen voor dat ik de juiste wachtzaal gevonden had.

Ik was ruim op tijd, 8u30, om tijdig om 9u00 op de afspraak te zijn.

Voor een botscan krijg je op voorhand een spuit met lichte radioactieve vloeistof. Daarna mag je beschikken, moet je minstens 2 liter water drinken en opnieuw op het appel verschijnen na drie uur voor de scan.

Iedereen, die in de wachtzaal zat was snel aan de beurt. En ook iedereen die na mij plaats nam ging voor mij door één van de drie deuren naar binnen.

Ik had de nieuwsuitzendingen op tv. al drie keer in herhaling gezien, en het was ondertussen ‘een komen en gaan’ van patiënten, en na meer dan een uur later, om 9u45, begon ik pas echt nattigheid te voelen.

Ik ging naar de balie, die iets verderop lag. Ik legde mijn probleem uit en daar kwam men tot de vaststelling dat ik naar de verkeerde wachtzaal was gestuurd.

Ondertussen was ik wel mijn beurt kwijt, en moest opnieuw op zoek naar een andere balie en wachtzaal. Na een paar doorverwijzingen van het vriendelijke personeel, in het wit, kwam ik terug in een wachtzaal terecht, wachtzaal 906, en hopelijk de juiste.

Dit bleek nadat een vriendelijke verpleegster mijn naam riep en ik mocht volgen naar de grote scanmachine. Ik was blij dat ik er nog tussen kon (de patiëntenlijst bedoel ik), maar ik moest het wel aanhoren. Ik zei dat ik er niets kon aan doen en dat ze mij hadden doorverwezen naar de verkeerde wachtzaal. Ondertussen lag ik al op de tafel, werd een foto van mijn heup gemaakt en voelde ik de naald door mijn ader klieven.

Ik mocht beschikken en terugkomen om 12u15 voor de echte scan. Toen ik met de fiets naar huis reed, hoopte ik dat ik niet door de politie zou geflitst worden, want dan zouden ze een raar beeld krijgen, met glinsteringen vanwege mijn dosis licht radioactieve vloeistof in mijn bloedbaan.

Stipt om 12u00 bevond ik mij opnieuw in de catacomben van het ziekenhuis op zoek naar de juiste wachtzaal. Een tiental minuten later volgde het laatste commando vooraleer ik de scanner mocht bemannen.

Eerst moest ik verplicht gaan plassen om alle overschotten radioactieve vloeistoffen te lozen.

Ik mocht mijn zakken leegmaken, de riem uit mijn broek halen en schoenen uitdoen, voor ik mocht plaatsnemen op het smalle bedje van de scanner.

Ieder bot in mijn lichaam moest er aan geloven en werd doorgelicht, eerst mijn geheel geraamte, gevolgd door heupen, rug, hals en voeten.

Op sommige momenten voelde ik mij als een transmigrant in de tunnel tussen Calais en Dover. Een half uur later was ik juist een ruimteschip omgeven door satellieten, juist een personage in Star wars.

Toen ik na anderhalf uur zo stijf als een plank de scanner verliet mocht ik mij terug in de plooi wringen.

Nu is het nog een weekje wachten op de uitslag bij de gewrichtenspecialist.

Ik kreeg de goede raad om vandaag nog veel te drinken (water) om de reststandjes van de vloeistof op een natuurlijke wijze uit mijn lichaam te verwijderen.

Deze avond als het donker is, ga ik eens buiten plassen. Misschien licht het Noorderlicht  boven Hasselt  op.

 

Advertenties

Het zal mij niet overkomen, dacht ik.

krassen-prijs-600x235

 

Deze week kreeg ik twee mails om een gsm te ‘claimen’ van een wedstrijd waar ik eerder dit jaar had aan deelgenomen. Ik had wel de hoofdprijs niet gewonnen maar wel een ander type smartphone. Het leek een betrouwbare website met alle juiste gegevens en dus hapte ik na twee pogingen toe. Ik moest alleen mijn mailadres, naam en adres invullen, en voor twee euro zou mijn prijs dan aan huis geleverd worden.

En ik liet mij verder verleiden en kwam op de betalingspagina waar ik de bankkaartgegevens moest invullen. Tja, wat kan er nu fout lopen als je slechts  twee euro moet storten.

Het geld ging snel van rekening, maar toen begon mijn vertrouwen om te slaan in wantrouwen, omdat ik een bevestigingsmail in het Engels ontving.

Opeens was ik lid van een site waarop met geldspelletjes werd getoverd. Van de Smartphone was geen sprake meer.

In de tekst stond duidelijk vermeld dat het abonnement automatisch zou verlengd worden en het geld zou ook telkens automatisch van mijn rekening gehaald worden. Nu was het kennismaken voor slechts € 2, maar het zou een maandelijkse kost van € 70 worden als je niet reageerde of je uitschreef.

Dat was voor mij de druppel die de emmer deed overlopen, en het angstzweet brak mij uit.

Ik moest daar zo snel mogelijk vanaf zien te geraken maar nergens stond een link om je uit te schrijven.

Na veel vijven en zessen ben ik toch op de officiële website terecht gekomen, waar ik een mailtje kon sturen naar een zekere Greg.

Ik schreef dus in mijn beste Engels in welke situatie ik was terecht gekomen.

Eigenlijk had ik geen hoop, maar Greg, een vriendelijke man aan de andere kant van de wereld, zorgde er snel voor dat mijn abonnement ogenblikkelijk werd opgezegd.

Greg stuurde mij zelfs een bevestigend mailtje waarin alles stond vermeld.

Oef, ik kon weer vrij ademen en mijn leven verder zetten.

Ik ben tevreden met mijn eigen Smartphone, en voor € 2 heb ik een uur kunnen surfen op internet om mijn honger naar een prijs te stillen.

Alweer heb ik een lesje geleerd.

Bekend Runkst eindelijk kleur?

 

 

Een paar dagen geleden werden de aanpalende straten plots afgesloten voor het verkeer. Er volgde natuurlijk dadelijk chaos en iedereen reed op zijn eigen verantwoordelijkheid met zijn voertuig tegen de verkeersrichting de straat in of uit.

Niemand wist wat er te gebeuren stond, maar het begon sterk naar verf te ruiken.

Nu weet ik dat ze in onze stad fietsstraten met een bepaalde kleur hebben opgefrist, maar van deze actie werd niemand op de hoogte gebracht.

Drie kruispunten van de Boomkensstraat, die licht verhoogd zijn, werden aan de vier windstreken vuurrood gespoten.

Misschien is dit wel een verkiezingsstunt, nog net voor wij ons bolletje mogen gaan inkleuren. Het zet je natuurlijk wel even aan het denken, en onbewust stemmen wij nu misschien zondag wel op de partij die deze kleur als herkenningspunt heeft. Tja, zouden ze zo ver gaan in de voorbereidingen naar de kieszondag?

Het kan natuurlijk ook zo zijn dat de rode kleur bewust snelle chauffeurs afremt op deze drukke kruispunten. Hopelijk zijn er dan geen ontsnapte stieren bij, die dol worden bij het zien van de rode kleur.

Als het een verkiezingsstunt is, vraag ik mij wel af wat er gaat gebeuren als er volgende zondag voor een bepaalde coalitie wordt gekozen.

Krijgen wij dan elke week een andere kleur op onze kruispunten: Geel, blauw, groen, zwart, blauw, oranje en ga zo maar door.

Iedereen die ik sprak op mijn wandelingen stelde zich dezelfde vraag, maar een antwoord vond ik niet.

Gistermiddag hadden ze nog een extra laag rode verf aan de zijkanten gespoten, maar toen werd de straat daarvoor blijkbaar niet afgesloten. Dus reed ik met de fiets over het kruispunt terwijl de banden van mijn fiets rood kleurden. Gelukkig reed ik zo snel dat niemand mij sympathie naar een bepaalde politieke partij kon verwijten.

Rood is ook de kleur van de liefde, maar zo ver durf ik niet denken omdat thuis de witte duif soms nog op het dak zit, als mijn kat niet in de buurt is, tenminste.

 

Murphy loerde mee, om de hoek.

DSCF1089

Eindelijk was het zover, na maanden wachten hadden wij, met zwaar vervoer, onze nieuwe keldertrap afgehaald. In een paar uurtjes vrije tijd had ik de trap gedemonteerd, omdat hij in zijn geheel niet in de kelder was te manoeuvreren.

Eerst braken mijn vriend en ik de oude keldertrap af. Aangevreten door het vocht van de laatste jaren, in de tijd dat je nog gratis water kreeg in de kelder na het aanleggen van een nieuwe straat. Daardoor stond het licht op groen om de werken aan te vatten omdat de zomerse droogte ervoor had gezorgd dat het waterpeil (zogezegd) beneden alle peil was gezakt en wij voorzichtig moesten omspringen met water.

Om de oude houten trap te verwijderen moesten wij met een ladder afdalen en het houten geraamte ter plaatse in stukken zagen om naar boven te brengen.

Alles liep van een leien dakje, de zijkanten van de vervangende trap werden vakkundig op de juiste maat geslepen en voorzien van bevestigingspunten.

Terwijl mijn vriend alles mooi vlak sleep met de slijpschijf, wou ik geen tijd verliezen en daalde ik  alleen terug af in de kelder om nog een paar rondslingerende oude houten treden van de vorige trap naar boven te halen.

Daarvoor moest ik gebruik maken van de ladder die intussen tijd dienst moest doen om af te dalen in de catacomben onder mijn huis.

Wat er juist is gebeurd weet ik nu nog altijd niet, maar toen ik de eerste stap op de ladder zette om af te dalen, ging alles goed fout.

De ladder schoof onder mij uit en ging de diepte in, gevolgd door mijzelf. Er was geen houden aan en ik schoof mee naar de hel.

Mijn vrouw die in de zetel zat hoorde mijn gevloek en ook mijn vriend merkte dat er iets fout liep. Voordat mijn vriend kwam kijken wat er nu juist scheelde, was ik al recht gekropen en had de ladder al teruggeplaatst.

Nu vroeg ik twee veilige handen om de ladder vast te houden om niet twee keer als een ezel de zelfde fout te maken. Eens terug boven, was de adrenalinestroom verminderd en begon ik overal hevige pijn te voelen.

Na een kleine controle merkte ik dat mijn knieën, armen en mijn bierreservoir geschaafd waren en zich overal rood vocht naar buiten drong. Op zo’n moment besef je pas hoe belangrijk een trap is om naar beneden te gaan. Maar je moet hem dan eerst wel vakkundig kunnen monteren.

De werken werden stilgelegd en ik moest mij reppen naar een repetitie, ter voorbereiding van een muzikaal optreden. Iedereen zag dat ik houterig liep en telkens moest ik mijn verhaal vertellen, dat werd onthaald door hoorngelach.

De optredens liggen nu al dagen achter mij, maar de pijn is na een week nog steeds voelbaar, maar minder. Ik heb gezworen om pas verder te werken als alle plooitjes van mijn huid op mijn lichaamsdelen terug zijn glad gestreken.

Mijn vader, die naast mij woont, vroeg onlangs of ik mijn huis aan het afbreken was met het aanhoudend geluid van slijpen, kappen en zagen.

‘En’, vroeg hij: “Er was ook een hevige slag op een zeker moment, wat was dat?”

Ik zei dat er iets gevallen, maar niets gebroken was. Ik vertelde hem dat ik het was en hij bekeek mij verwonderd. “Dat zo’n gespierd lichaam, toch een zo’n duik kon maken”, Lachte hij.

“Er stond gelukkig geen water in mijn kelder”, zei ik, “en lomp is ook vis, maar de kop deugt niet”.

Edward A. Murphy: “If there’s any way they can do it wrong, they will”

Wij zagen ze de hele namiddag (voorbij) vliegen.

 

 

Gisteren was het autoloze zondag in de binnenstad, en dat was voor veel mensen het startsein om de fiets nog eens van stal te halen.

Wij maken dan altijd van die gelegenheid gebruik om onze wandelschoenen aan te trekken en met de hond een wandeling te maken op de kleine ring rond onze stad.

Maar niet alles lijkt zo mooi als het wordt voorgesteld. Bij het oversteken moesten wij in beide richtingen kijken omdat de tweewielers (soms) aan hoge snelheden voorbij reden en de voetgangers geen kans gaven om over te steken.

Als wij dan toch ons leven waagden tussen de fietsers door, hoorden wij tientallen fietsbellen en een hoop geroep en gegrom. Ook op de ring en in de binnenstad reden sommige tijdelijke fietsers gewoon op het trottoir, waardoor veel wandelaars moesten wegspringen. Veel heeft natuurlijk te maken met respect voor elkaar, en niet iedere fietser zondigde aan de vele verkeersregels.

Na onze toer rond de ring werden onze kelen droog en was het tijd om even te pauzeren op een terras tegenover het Stadhuis, waar wij gezellig als echte ‘Hesselse vinstermieke’ alle passanten konden uitloeren met een lekker drankje aan de lippen. We zaten er ook veilig en zagen de fietsdrukte alleen maar toenemen omdat er veel animatie was in de straten doorheen onze Limburgse hoofdstad.

De avond slorpte de zoveelste warme zomerdag op en stuurde een fris briesje naar de terrassen. Onze hond had er ook genoeg van en begon ons daarop haar eigen manier op attent te maken.

Dat was voor ons het startsein om de laatste kilometers te voet terug af te leggen naar huis.

Wij kozen voor een route dwars door de winkelstraten. Nu hadden wij wel met goede vrienden een paar glazen alcohol tot ons genomen, maar wij waren zeker niet aan het flippen. Ik wreef nog eens in mijn ogen maar het beeld vervaagde niet.

Stel je voor, je wandelt op een heerlijke zomerdag met een temperatuur van rond de twintig graden door de winkelstraten en je wordt plots geconfronteerd met een wintertafereel.

Jawel er was een bekende kledingzaak die nu in een ‘vroege winter pop up zaak’ was omgetoverd in een winterdecor, met versierde kerstbomen. Mooi, maar toch een beetje te vroeg vonden wij.

Wij zijn ruim drie maanden en een week verwijderd van Kerstmis, maar laat eerst de goede Sint zijn intrede doen, vooraleer wij de ballen in de kerstboom hangen.

Er is iets mis met zomer- en wintertijd denk ik dan, en volgende maand wordt de klok wellicht voor de laatste keer op wintertijd geschakeld.

Dan is mijn vraag, wanneer gaat volgend jaar de lente beginnen?

De tijd vliegt snel, gebruikt hem wel.

Tijd-4

 

 

Het was een zonnige zondagmorgen en ik hoorde na lange tijd, de kerkklokken opnieuw luiden voor de tweede misviering van de dag. Onlangs hadden ze de H. Kruiskerk terug in gebruik genomen voor eucharistievieringen.

Het luiden van de klokken, of noem het de lokroep voor de Katholieke gelovigen, had iets nostalgisch dat beelden opriep vanuit mijn jeugd en de jeugdbeweging, toen wij nog verplicht waren naar de kerk te gaan.

Aan de overkant van de straat zag ik twee kranige oudjes die zachtjes geleund op hun paraplu en wandelstok langzaam met kleine pasjes vooruit schreden.

Het waren echte Hasselaren van weleer, die elk hun eigen verhaal van vroeger vertelden aan elkaar. Dit kon ik toch opmaken uit de korte woordenwisseling die ik kon opvangen toen ik aan de overkant passeerde. Het leek meer op een processie, ze gingen een stapje vooruit en bleven dan weer staan om hun verhaal te bevestigen.

Deze mensen hadden ook ooit mijn leeftijd, en hadden elke seconde, elke minuut, uur, dagen en jaren opgeleefd, zoals wij dat nu in hun plaats doen.

Daaraan merk je dat je snel verwisseld in leeftijdsklasse en in veel gevallen beroep moet doen op de gezondheidzorg.

Het waren mannen uit de buurt, die ik kende, die beiden hun vrouw al jaren geleden hadden verloren, en nu samen de tijd vonden om even, na de dagelijkse momenten van eenzaamheid, bij te praten.

Het beeld liet mij niet los, en ik wandelde een beetje vertwijfeld verder, want je weet nooit wat je te wachten staat in de verdere toekomst.

Mijn hond trok het haar niet aan en snuffelde verder in het hoge gras naar de geuren van andere hondenrassen.

Na een half uur wandelen, zwaaiden wij terug onze straat in, en ik zag halverwege het duo nog steeds lekker keuvelend hun weg vervolgen. Ze hadden samen nog geen honderd meter afgelegd in de tijd dat ik mijn wandeling had afgestapt.

Ik passeerde de twee mannen en zei voor de tweede keer ‘goeie morgen’ en zij leken nu ineens te beseffen dat ze mij nog gezien hadden en al zo lang aan de praat waren.

Op de achtergrond hoorde ik de kerkklokken het uur slaan. Ik besefte dat het leven weer een uurtje verder was en wij ouder.

 De tijd kent geen genade, op tijd en stond worden wij daarmee geconfronteerd.

“Tijd genoeg” komt meestal te laat.

Maar denk eraan, zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens.

Plotse wending van een serieus gesprek.

Talk

 

Op een gewone doordeweekse dag, wandelde ik zoals altijd met mijn hond over het pleintje. Op een zeker moment voelde ik in mijn rug dat wij gevolgd werden. Ik draaide links af en ook de schim achter mij draaide af en kwam met grote stappen op mij af, waarvan mijn hond zenuwachtig werd en aanstalten maakte om de ongewone gast te verschrikken met luid gegrom.

Ik kon haar nog juist terugtrekken aan de leiband, en kreeg de man nu duidelijk in het vizier . Het was een oude man, goed te been en sprak een Maaslands dialect. Hij had geen schrik van mijn hond en vertelde dat hij het gewend was met dieren om te gaan. Om de een of andere reden was zijn hond gestorven, en omdat hij nu alleen was, voelde hij zich heel eenzaam. Daarom liet ik de man zijn levensverhaal vertellen, maar mijn hond bleef grommen. Dat stoorde de man niet, en hij bleef de aandacht naar zich toe trekken. Ik vond het heel erg, maar ik had die dag nog andere afspraken in mijn agenda staan. Als ik een halve meter opschoof en het gesprek wilde beëindigen, schoof hij mee in de zelfde richting.

Noem het geluk of ongeluk, maar ik zag “de Truienaar” in onze richting stappen. De man dook al eerder op in mijn verhalen, door zijn rare ‘look’ en taalgebruik. Omdat mijn hond uit een asiel komt van Sint Truiden, was zij in alle staten bij het horen van het dialect, en blafte het hele pleintje bijeen.

“De Truienaar” sprak tegen mijn hond, en dat was natuurlijk olie op het vuur.

De oude man, die alles langs de zijlijn had gevolgd, kwam nu een stapje dichterbij en zei: “Als ge uw pet en grote zonnebril afneemt, stopt de hond misschien met blaffen. Dat liet “De Truienaar” zich geen twee keer zeggen en onder nog luider geblaf van mijn hond voerde hij de gevraagde handelingen uit.

‘De Truienaar stapte dan maar teleurgesteld naar de dichtstbijzijnde bank en ging zitten, terwijl hij een waterval van dialectwoorden sprak, tegen mijn hond.

Hier zag ik mijn kans om te ontsnappen, en nam afscheid van de oude man en ‘Truienaar’. Mijn hond stopte met blaffen en liep hijgend van de inspanning naast mij naar de ontsnappingsroute.

Ik was al aan de andere kant van het pleintje toen ik mij omdraaide en kon zien dat de twee mannen nu in gesprek waren.

Of ze elkaar konden verstaan en begrepen laat ik in het midden, want beiden spraken zij een andere Limburgs dialect.

Mijn hond bekeek mij met een blik van, dat heb ik goed gedaan hé baasje.

Thuis kreeg zij hiervoor een beloning, een koekje, en jullie weer een plots opgedoken verhaaltje.

Een jaarlijkse traditie.

 

 

Eenmaal per jaar kruipen mijn vriend en ik op de fiets om terug te rijden naar onze lang vervlogen jeugdherinneringen.

We hadden de fietstocht al eens moeten uitstellen wegens een toevallige hittegolf, die een hele lange periode duurde. Maar gisteren was het eindelijk zover.

Het is eigenlijk ongelooflijk dat je na een paar kilometer fietsen in de mooie heuvelachtige en bosrijke gebieden terecht komt, waar de tijd heeft stilgestaan. De heerlijke geuren van de gewassen en het boerenleven komen je tegemoet, terwijl de stilte bijna pijn doet aan je oren.

Wij fietsten van Trekschuren over Rapertingen naar Diepenbeek, terwijl alle beeldige herinneringen terugkwamen. Herinneringen van …….45 jaar geleden.

In Diepenbeek bezochten wij nog een andere vriend vanuit die periode, en hadden een diepgaand gesprek over ons jeugdig verleden.

Veel tijd om oude koeien uit de gracht te halen hadden wij echter niet meer, omdat wij nog één belangrijke plaats uit onze jeugd moesten bezoeken, de Alverberg. Een bosje met heuvels, gemakkelijk te bereiken via een landwegje tussen de velden via de Pietelbeekstraat.

Wij namen even de tijd om het tafereel met vroegere beelden in ons op te nemen. We zaten eensklaps in een andere wereld, alsof de tijdmachine ons had terug geflitst naar ons rijkelijke onbezonnen jeugdjaren.

Met de fiets kwamen wij hier vroeger bijeen om samen wat te keuvelen over muziek, de schoolprestaties en de mogelijke platonische liefdes.

Na onze nostalgische stopplaats reden wij tevreden terug naar de bewoonde drukke alledaagse wereld. Het viel mij op dat ik in het verlengde van het boswegje in de verte de twee hoteltorens zag staan, die het midden van het centrum van Hasselt situeerden.

Toen wij terug thuis kwamen, hadden wij een kilometer of dertig in de wielen, en een pijnlijk zitvlak.

Maar dat kon niet opwegen tegen de fijne momenten die naast ons door flitsten tijdens de fietsrit door bos, veld en dal.

Ik kijk nu al uit naar volgend jaar, ik denk dat we elk jaar wat ouder worden en ons vasthouden aan die mooie herinneringen.

Komkommertijd.

komkommer
Iedere dag krijg ik wel eens de vraag of ik stilgevallen ben of mijn inspiratie op is. Ik geef het toe dat de verhaaltjes maar af en toe de weg vonden naar mijn blog.

Wegens grote drukte en bezigheden met het schrijven van andere teksten en verhaaltjes is mijn persoonlijke blog wat stilgevallen, maar zeker niet definitief. De gebeurtenissen die eruit springen worden in de weinige vrije tijd toch nog uitgeschreven.
Als mensen mij op mijn wandelingen vragen of ik niets meer ongewoon tegenkom of meemaak, antwoord ik in ‘veilige modus’, dat het ‘komkommertijd’ is.
“Een mogelijke verklaring is dat “komkommertijd” een leenwoord is uit het Engels, waar kleermakers rond 1700 de term ‘cucumbertime’ gebruikten.
Komkommers werden in de zomer geoogst terwijl de adel in de zomer de stad verliet, waardoor er door de kleermakers niet veel te verdienen viel.
In Duitsland gaan ze er dan weer prat op dat zij verantwoordelijk zijn voor de betekenis: “Sauregurkenzeit” (‘augurkentijd’, augurken zijn familie van de komkommers).
De kranten zijn in deze periode dunner dan normaal, maar ook op radio en televisie is het kalmer. In deze periode worden er meestal minder nieuwe series getoond, en worden de gebruikelijke soapseries tijdelijk gestopt.
Vaak worden oude films, documentaires en series (uit het winterseizoen of vorige jaargangen) herhaald. Jarenlang zijn herhalingen van ‘F.C. De Kampioenen’ de grote koploper op de Vlaamse televisie.
Dus heb ik het kind ook een voorlopige naam gegeven: ‘Komkommertijd’.
En de gebeurtenissen die ik in deze stille periode waarneem, hebben ook te lijden van de tand des tijds. Vroeger werden er pittige verhaaltjes verteld uit het dagelijks leven of werkvloer. Samen met de leeftijd is het onderwerp verschoven naar de categorie jonge mensen die na ons komen.
Deze morgen kwam ik tijdens mijn wandeling twee vrienden tegen. De één was net geneesmiddelen gaan afhalen bij de apotheek, terwijl de andere onderweg was er naar toe met een doktersvoorschrift.
Ik was de enige ochtendwandelaar die niet naar de apotheek moest voor mijn voorraad pillen, omdat ik mijn vrouw gisteren al had gestuurd. Wisten zij veel.
Geen gesprek over koetjes en kalfjes, maar over de leeftijd kwaaltjes, waarmee wij langzaam maar zeker te maken krijgen.
Gelukkig is lachen de beste remedie tegen veel kwaaltjes, waarbij tientallen spieren geactiveerd worden. En daar maakten wij gretig gebruik van.
Onze wegen gingen nadien uiteen en ieder ging zijn eigen weg in zijn eigen leven.
Mijn hond en ik liepen goedgemutst naar huis, waar haar een snoepje wachtte.
Ik liep naar de koelkast en haalde er onbewust een stukje vers gesneden komkommer uit.

Het rariteitenkabinet.

papegaaien-buggy--wandeling-door-wageningen--za--24-3-2018

Als het lekker zomert zie je heel wat mensen wandelen en naar bosrijke gebieden trekken. Aan zonnestralen hadden wij deze zomer zeker geen tekort, en wij hebben ons allemaal wel eens door de dag gepuft.
En wat met onze huisdieren, die wisten ook niet meer van welk hout ze pijlen moesten maken, en sleepten zich hijgend van binnen naar buiten en omgekeerd.
Nu de zwoele temperaturen plaats gemaakt hebben voor meer normale Belgische waarden, gaat iedereen verse zuurstof opsnuiven.
De laatste jaren is het een trend, dat veel huisdieren als gelijke behandeld worden, en soms zie je mooie taferelen.
Kleine honden worden vervoerd in mandjes, voor of achter op de fiets.
Je ziet ook dikwijls aangepaste kinderkoetsen gevuld met een drietal chiwawa’s. Een kat aan de leiband heb ik ook al gezien, en ook een draagtas voor kleine huisdieren zoals een fret of cavia.
Sportievelingen lopen een halve marathon met hun Duitse herder aan de leiband of fietsen voorbij met de hond aan hun zijde.
In de binnenstad zie ik regelmatig een man wandelen met zijn kat op de schouder. Vogels mogen ook regelmatig mee op de schouder van de eigenaar, maar mijn hond zit gewoon aan de leiband.
Zij is wat groot uitgevallen om op mijn schouder te zitten of in een mandje vooraan op de fiets.
Deze morgen wandelde ik naar het pleintje waar ik een gezin met kinderen tegenkwam. Niets ongewoon, tot ik keek naar één van de kinderen die een kinderwagen vooruit duwde. Ik dacht eerst nog, toch mooi dat zo’n kind van een jaar of zeven, dat haar broertje of zusje op die manier vervoert.
Toen ik dichterbij kwam zag ik dat die kinderwagen was omgebouwd tot een luxueuze vogelkooi, waarin een papegaai speels op zijn schommel meewiegde.
Nu wacht ik alleen nog op een dierenvriend die zijn goudvissen of kois in een aquarium meeneemt op zijn uitstapjes.
Ik ben al blij als wij soms, als wij gehaast zijn, de hond snel uitlaten bij ons achter en dat de kat miauwend meeloopt.
Dit alles is in stil contrast met de mensen die hun dieren niet behandelen zoals het hoort.
Mensen die respect hebben voor de dieren, hebben zeker respect voor mensen, daar ben ik zeker van.